Vrouwen van Schiedam*

*Al eeuwenlang drukken zij hun stempel op de stad.

In 2025 organiseerde Stedelijk Museum Schiedam de tweedelige tentoonstelling Vrouwen van Schiedam. Werk, strijd en relaties, ter ere van het 750-jarig bestaan van de stad. Waar één zaal gevuld was met verhalen over vrouwen uit de geschiedenis van de stad, werd een tweede zaal door Schiedamse vrouwen van nu gevuld. In deze online tentoonstelling houden we de verhalen van de vele vrouwen die door de eeuwen heen hun stempel op de stad hebben gedrukt, levend.

Bovenaan deze pagina vind je de historische verhalen, verder naar beneden de verhalen van nu. 

 



Geschiedenis en het nu, gezien vanuit vrouwen

De stad en haar bewoners zijn natuurlijk met de tijd meegegaan. Maar in elke tijd moeten Schiedammers zich verhouden tot de verwachtingen die de samenleving van ze heeft. Ze moeten roeien met de riemen die ze hebben en zich houden aan de wet. We weten dat die verwachtingen, riemen én wetten de afgelopen 750 jaar voor vrouwen bijna altijd anders waren dan voor mannen. Dat betekent dat vrouwen andere keuzes (moeten) maken en daardoor vaak andere levens leiden. Levens die er net zoveel toe doen als die van hun mannelijke tijdgenoten.

De geschiedenis is nooit af
Waarom leren we zo weinig over vrouwen in de geschiedenisles? Misschien omdat het lange tijd vooral mannen waren, die besloten wat ‘onze’ geschiedenis is? Of omdat de documenten die gebruikt worden om de geschiedenis te schrijven vaker over de levens van mannen gaan? Gelukkig is de geschiedenis nooit af. We voegen eraan toe, passen aan en stellen vragen, naarmate we meer te weten komen.

Maak kennis met Schiedamse vrouwen van toen en nu
Om een andere blik op het verleden én het nu van Schiedam te kunnen werpen, maak je in deze tentoonstelling kennis met tien Schiedamse vrouwen uit het verleden en tien Schiedamse vrouwen van nu. Elk van deze vrouwen zet zich in voor Schiedam. Waar de één strijdt voor groen in de stad, is de ander als een moeder voor jongeren in haar wijk. Hieronder zie je hun portretten, gemaakt door illustrator Xaviera Altena. De verhalen van deze vrouwen ontdek je verderop. Maar eerst duiken we in het verleden.



Beatrijs (overlijdt ca. 1358)
In 1328 wordt Beatrijs Berwout ver Bienszoonsdochter de beheerder van het windas in het centrum van Schiedam. Met het windas kunnen kleine schepen over de dam in de Schie getrokken worden: een belangrijk onderdeel van de infrastructuur in de stad en regio. Beatrijs ontvangt het recht om het windas te beheren na de dood van haar eerste man.

In dit audiofragment vertelt oud-conservator Merel van der Vaart over de uitdagende zoektocht naar vrouwen uit het verleden. Zoals Beatrijs, die als werkende vrouw waarschijnlijk minder uniek was dan gedacht. Merel: “Daarom zijn we ook zo blij met de grote portretten van Xaviera Altena, want daarmee kan je deze vrouwen toch een gezicht geven en kan je toch even stilstaan bij mensen die bijna in de nevelen van de tijd zijn verdwenen.”

Portret van Beatrijs Berwout, illustratie Xaviera Altena

 


Liduina (1380-1433) 
Al op jonge leeftijd is Liduina van Schiedam een gewilde huwelijkskandidaat. Veel mannen willen met haar trouwen, maar ze weigert. Wanneer haar vader haar wil uithuwelijken, dreigt ze met zelfverminking. Ze wil haar leven liever wijden aan God.

Op haar vijftiende valt ze tijdens het schaatsen op het ijs. Daarvan herstelt ze niet meer. Ze ligt veel in bed, eet nauwelijks meer en haar lichaam kwijnt langzaam weg. Ze kiest er bewust voor om extreem te lijden om zo haar relatie met God zelf vorm te geven. Jarenlang ontvangt ze gasten aan haar ziekbed en deelt ze eten uit aan de armen. Rijke bewonderaars doneren geld en mensen noemen haar een heilige. Het advies dat ze geeft, druist soms in tegen dat van de officiële – altijd mannelijke – geestelijken in de stad. In 1890, eeuwen na haar dood, verklaart de paus Liduina alsnog heilig.

Interpretatie van Liduina’s schaatsen, illustratie Xaviera Altena


Luister hier naar het verhaal van Souad*

Luister hier naar het verhaal van Souad
Scroll naar beneden voor de vrouwen van nu.

Souad zegt: “Ik steun mensen die nieuw komen om de stad te leren kennen, om zelfstandig te worden. Ik heb meer dan 100 vrouwen leren fietsen, omdat ik geloof dat fietsen vrijheid geeft en zelfvertrouwen.”

 

Souad vertelt na Annerike en voor Janine.

Neeltje (1527-1603)
Het echtpaar Neeltje Andries en Maarten Pauwels heeft in de zestiende eeuw een houthandel aan de Lange Haven in Schiedam. Neeltje is actief betrokken bij het bedrijf. Het gaat het echtpaar voor de wind, maar dan wordt Neeltje van toverij beschuldigd en daar staat de doodstraf op. Ze besluit haar onschuld te bewijzen samen met een andere verdachte van toverij: Marytje Arends. De vrouwen laten zich opsluiten in de Gevangenenpoort in Den Haag en vragen het Hof van Holland om onderzoek te doen. Hoe gevaarlijk dit is, blijkt wanneer het Hof de beschuldigingen gelooft en beslist dat de vrouwen gemarteld mogen worden. De verwachting is dat Neeltje en Marytje dan zullen bekennen, met de dood tot gevolg.

Hun advocaten gaan in beroep. In heel Holland staan toverijprocessen op pauze in afwachting van deze uitspraak. De advocaat van Neeltje is een van de beste in zijn vak. Die van Marytje is zijn stagiair. De advocaten zijn kritisch op de absurde verhalen van getuigen en trekken de argumenten voor marteling in twijfel. Hun sterke betoog heeft succes. De Hoge Raad spreekt Neeltje en Marytje vrij.
Deze uitspraak zet de toon in Holland. Vele levens van vermeende heksen worden gered. Decennialang leren rechtenstudenten over deze zaak.
Terwijl ze gevangen zit, sterft Neeltjes man Maarten. Meerdere familieleden erven de woning, maar Neeltje heeft het recht er te blijven wonen. Haar buurman heeft andere plannen. Een voor een koopt hij de nieuwe eigenaren van het huis uit, tot hij het hele pand in bezit heeft. Voor Neeltje regelt hij kost en inwoning in het leprozenhuis. Een gebouw buiten de stad, waar mensen met besmettelijke ziektes wonen.

In dit fragment hoor je hoe oud-conservator Merel van der Vaart nieuwe informatie over Neeltje vond door bekende archiefstukken vanuit een ander perspectief te lezen.

Portret van Neeltje Andries, illustratie Xaviera Altena



Teetge
Hoewel vrouwen in de zeventiende eeuw wettelijk ondergeschikt zijn aan hun man, zijn ze in de praktijk vaak het hoofd van het gezin. Sommige zeevarende mannen leggen dit zelfs formeel bij de notaris vast. In hun afwezigheid mag hun echtgenote grote beslissingen nemen of handel drijven.

Ze trouwt tweemaal met een man die vaart bij De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) en dus langere perioden van huis is. Teetge heeft een herberg genaamd Batavia. Ook handelt ze in vastgoed en ‘zielen’. Zo worden ‘ceelen’ in de volksmond genoemd. Ceelen zijn contracten tussen een zeeman en zijn schuldeiser. Waarschijnlijk vangt Teetge in haar herberg ook migranten op en bezorgt hen een baan bij de VOC. In ruil hiervoor vraagt ze een deel van hun loon.

 

In de zeventiende eeuw is Schiedam een echte havenstad. Veel mannen zijn weken, maanden, jaren van huis. Hun vrouwen houden de boel draaiende.

 

Vaak werken ze, omdat één salaris niet voldoende is. Ze zijn nettenboetster, runnen een winkel of herberg of beheren een deel van de vele lijnbanen in de stad. Lijnbanen zijn smalle, soms wel 300 meter lange stukken land waar touw geslagen wordt.


Anna
In 1798 wordt Anna Broekmeijer opgenomen in het vrouwenverbeterhuis vanwege haar alcoholverslaving. Verbeterhuizen voor mannen en vrouwen hebben eeuwenlang bestaan. Je kon daar voor een bepaalde tijd naartoe gestuurd worden als je kampte met verslaving of mentale problemen. Het verbeterhuis werd ook gebruikt als straf voor kleine misdrijven. Vrouwen konden door hun voogd, meestal hun vader of echtgenoot, voorgedragen worden voor een verblijf in een verbeterhuis. Dit droeg bij aan de kwetsbare positie van vrouwen in de maatschappij.

De vrouwen die in het vrouwenverbeterhuis worden opgenomen, moeten zelf betalen voor hun verblijf. Ook moeten ze huisraad en kleding meebrengen. Rijke Schiedammers, zoals Anna, betalen meer dan armen. Ze wonen in mooiere kamers en krijgen beter eten. Het vrouwenverbeterhuis van Schiedam prijst zich aan als buitengewoon goed en geschikt voor vrouwen uit de hogere kringen.
Anna’s verblijf wordt door haar broer betaald. Als haar tijd erop zit, betaalt hij door. De leiding van het vrouwenverbeterhuis besluit haar langer vast te houden. Wie betaalt, bepaalt, vinden zij.
Rond 1800 is het vrouwenverbeterhuis nog vooral bedoeld voor vrouwen met een verslavings- of mentale gezondheidsprobleem. Vijftig jaar later kan een vrouw er zelfs al worden opgenomen als ze in de ogen van de samenleving ‘zeer onwenselijk’ gedrag vertoont, of als ze onnodig veel geld uitgeeft.

Portret van Anna Broekmeijer, illustratie Xaviera Altena

Wat was de rol van het vrouwenverbeterhuis? Over deze lastige vraag vertelt oud-conservator Merel van der Vaart hier meer.

 


Hoewel vrouwen in de achttiende eeuw een kwetsbare positie hadden, waren ze niet helemaal machteloos.

Zo had een alleenstaande moeder recht op kraamgeld en alimentatie van de vader van het kind. Ook was het mogelijk om van je echtgenoot te scheiden, of zelfs een gebiedsverbod aan te vragen.


Neeltje
In de negentiende eeuw leven de meeste Schiedammers in bittere armoede. Kinderen moeten al jong werken. Veel meisjes worden dienstbode. Neeltje Bijloo is een van hen. Een dienstbode is altijd als eerste op en de laatste die gaat slapen. De werkdagen zijn lang en niet te combineren met de zorg voor een eigen gezin. Als Neeltje 29 is, trouwt ze met Jacob. Hij zit nog in militaire dienst, zij is vijf maanden zwanger. Nu ze een eigen huishouden heeft om voor te zorgen, moet ze ontslag nemen. Het is mogelijk dat Neeltje later weer ging werken in een beroep dat meer flexibiliteit en thuiswerk bood.

Portret van Neeltje Bijloo, circa 1865. Collectie Gemeentearchief Schiedam (beeldnr. 17212)


Wetten zijn er doorgaans om mensen te beschermen, maar hebben vrouwen ook vaak beknopt. Ook sociale gewoontes en onderlinge relaties hebben invloed op de positie van de vrouw.  

Eeuwenlang hadden bijvoorbeeld alle vrouwen bij de notaris en rechtbank een mannelijke voogd nodig. Als ze ongetrouwd of weduwe waren, konden ze die zelf aanwijzen. Dan was het een kwestie van slim kiezen. Wanneer een vrouw een echtscheiding aanvroeg, kreeg ze een voogd toegewezen, omdat haar man die rol dan niet kon vervullen. Tot en met 1956 waren getrouwde vrouwen volgens de wet handelingsonbekwaam.

Pas in 1991 verplicht Nederland zichzelf om het VN verdrag “inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen” na te leven. Dat is tien jaar nadat de eerste twintig VN-lidstaten dat deden. Vanaf hetzelfde jaar wordt verkrachting binnen het huwelijk hetzelfde berecht als erbuiten. Tot 2001 was het voor twee vrouwen niet mogelijk om te trouwen. Gelukkig vonden vrouwen andere manieren om samen te leven. Vrouwen vormden bijvoorbeeld een huishouden met een zus of vriendin. Ook kloosters en begijnhoven, waar ongetrouwde vrouwen samenwonen, kwamen in Schiedam voor.

Geen enkel mens is een eiland. Toch lijken vrouwenlevens zich relatief vaak om die van anderen heen te vouwen. Dat kan haar een belangrijke sociale rol geven binnen de familie, de wijk en de stad. Maar juist deze rol wordt in onze samenleving meestal niet als arbeid gewaardeerd. Een vrouw die samenleeft met een man is vaak ook de manager van het huishouden en zorgt voor het gezin. Als een vrouw in haar leven veel bereikt, of dat nu thuis is of in een betaalde baan, wordt er vaak alsnog gekeken naar wie dat voor haar mogelijk maakte. Had ze een vader die haar steunde? Of een echtgenoot die het eten kookte? Als een man succes behaalt, worden die vragen zelden gesteld.

 


Luister naar het verhaal van brandweervrouw Sjors*

Luister naar het verhaal van brandweervrouw Sjors
Scroll naar beneden voor de vrouwen van nu.

Sjors vertelt: “Ik zie superveel collega’s, maar er zijn er heel weinig vrouw.”

 

Sjors vertelt na Aida en voor Zeliha.

Jetje (1841-1932) en Marie (1834-1920) 
De zussen Henriette Elisabeth (Jetje) Susanna en Maria (Marie) Knappert groeien op in een welgesteld gezin, waar vrouwen aan het roer staan. Dat is uitzonderlijk in de negentiende eeuw. Hun vader, die arts is, sterft jong. Als ook hun moeder negen jaar later overlijdt, zijn de zusjes elf en achttien jaar oud.

Waarschijnlijk neemt hun oudste zus daarna de zorg voor het gezin op zich. Jetje en Marie trouwen nooit en zijn rijk genoeg om niet te hoeven werken. Een groot deel van hun leven wonen ze samen in een vrijstaand huis met een grote tuin aan de nieuwe haven. Jarenlang zetten Jeltje en Marie zich via liefdadigheidsinstellingen in voor arme Schiedammers. Ze halen geld op, doen huisbezoeken en delen kleding en dekens uit. Met name Jetje is erg actief in de armenzorg. De zussen zijn bevriend met de vrijzinnige dominee François Haverschmidt, die tegenwoordig vooral bekend is als dichter met het pseudoniem Piet Paaltjens. Net als zij bekommert ook hij zich om het lot van arme Schiedammers. Het verhaal gaat dat François na het overlijden van zijn vrouw in 1891 Jetje om haar hand vraagt, maar dat ze weigert. Ze is vijftig en wil haar zus na al die tijd samen niet alleen laten. Als François twee jaar later zelfmoord pleegt, voelt ze zich schuldig over haar besluit.

Van de zussen Jetje en Marie is maar weinig bewaard gebleven. Oud-conservator Merel van der Vaart legt uit hoe dat zo gekomen is.

Tussen alle branderijen
Aan de oever van de Schie
Woonde Juffrouw Jetje Knappert
Samen met haar zus Marie
Wezen steunen zij en weeuwen
Kinderen die van honger schreeuwen
Stoppen deze twee terstond
Met een boterham in de mond.

– Piet Paaltjens (1835 – 1894)

 


Corrie (1899-1994) en Nelly (1900-1991)
In juni 1915 verschijnt een vacature in de krant. De Schiedamse Cornelia Theodora Marie (Corrie) van Kemenade reageert nog dezelfde dag. Ze is dan zestien jaar en heeft geen ervaring. Corrie krijgt de baan en is daarmee de eerste vrouwelijke kantoormedewerker van Schiedam. Haar broer werkt al op dezelfde afdeling en heeft mogelijk een goed woordje voor haar gedaan. 

Corrie aan het werk, 1915-1925. Collectie Gemeentearchief Schiedam

Nellij (Nelly) van den Bos wil ook graag bij de gemeente Schiedam werken. Ze heeft de huishoudschool gedaan en weet dat dit diploma daarvoor niet voldoende is. Ze volgt daarom vanaf haar veertiende extra cursussen bij de Rooms-Katholieke Middenstandsbond De Hanze. Ze rondt daar de driejarige handelscursus en cursus machineschrijven af en krijgt in 1918 de baan.

Nelly met haar collega’s, 1918-1924. Collectie Gemeentearchief Schiedam

Oneerlijke beloning

Oneerlijke beloning*

Corrie was de eerste vrouw die bij de gemeente Schiedam op kantoor werkte, maar het verhaal van Nelly laat zien dat vrouwen die na haar kwamen alsnog hard moesten werken om een soortgelijke baan te bemachtigen. Overigens kregen vrouwen voor hetzelfde werk veel minder betaald dan mannen. Het was dus financieel interessant om vrouwen aan te nemen voor ondersteunende kantoorbanen.

 


Schiedamse vrouwen hebben altijd gewerkt, maar als de loopbaan van een man als norm wordt genomen, wordt vrouwenarbeid niet altijd opgemerkt. Al eeuwenlang combineren vrouwen betaald en onbetaald werk. Ze doen werk dat ze thuis kunnen doen, wonen bij hun werkgever in, of zijn onderdeel van een familiebedrijf. De zorg voor jonge kinderen heeft vaak grote invloed op hun arbeidsmogelijkheden.

In de zeventiende eeuw werken veel Schiedamse mannen op zee. Een groot deel van het jaar is de vrouw dan alleenstaand ouder. Al hoewel mannen vrijwel altijd de wettelijke eigenaar van een bedrijf zijn, werken echtgenotes dikwijls mee. Vanaf de 18e eeuw worden beroepen steeds strakker georganiseerd. Thuiswerken is minder mogelijk en vaste werktijden worden de norm. Er komt daardoor minder ruimte voor vrouwen om betaalde en onbetaalde arbeid te combineren.

In de 19e eeuw zijn veel Schiedamse gezinnen kinderrijk en straatarm. Ook begint de overheid arbeidsdeelname van vrouwen wettelijk aan banden te leggen. In de loop van de 20e eeuw verandert het beleid ten aanzien van werkende vrouwen. Eind jaren 1980 lanceert de overheid een campagne om vrouwen juist aan te moedigen betaald werk te doen. “Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.”

Vandaag de dag zijn er wereldwijd weinig landen waar meer vrouwen een betaalde baan hebben dan in Nederland. Eén van de redenen daarvoor is dat deeltijdwerk in Nederland relatief vaak mogelijk is. Het gebruik van de term ‘deeltijdprinsesjes’ in het publieke debat laat zien dat het onbetaalde werk dat vrouwen doen vaak nog steeds niet gezien of gewaardeerd wordt.


Catharina (1952)
Catharina Luitjes groeit op aan de Schiekade in Schiedam op een groot woonwagenkamp met een school, een kapel en een clubhuis. Als haar moeder weduwe wordt, verkoopt ze oud ijzer om het gezin te onderhouden. Catharina leert al jong financieel onafhankelijk te zijn en dat is ook nodig. Banken verstrekken geen leningen aan woonwagenbewoners.

Mien, Marie, Wil en Ria zijn namens de woonwagenbewoners in gesprek met de gemeente, 1988. Collectie De Jong & Van Es.

Na haar huwelijk koopt Catharina zonder lening haar eigen woonwagen. Ze krijgt een dochter, Magda. Omdat de school voor woonwagenbewoners wordt gesloten, gaat Magda naar een school die niet op het kamp staat. Catharina schrikt van de discriminatie die Magda daar ervaart van sommige klasgenootjes en docenten. Zelf werkt ze al jaren tussen de burgers, maar ze heeft geleerd nooit te zeggen waar ze woont.
Eind jaren 1980 verandert het overheidsbeleid met betrekking tot woonwagenkampen. Het doel is om woonwagenbewoners verspreid over de stad in kleine kampen te laten wonen. Het clubhuis, de school en de kapel verdwijnen. Elke keer als de gemeente een locatie aanwijst, verzetten de omwonenden zich hevig.

 

Catharina vertelt tijdens dit fragment over haar kansen om na de lagere school door te leren. En over die van haar dochter, jaren later.

Woonwagenbewoners in actie

Woonwagenbewoners in actie*

Ook de bewoners van het kamp laten het er niet zomaar bij zitten. Mien, Trien, Diny en Annie richten samen de Samenlevingsopbouw Woonwagenbewoners Schiedam op. Niet lang daarna sluit Catharina zich bij hen aan. Ze schrijven rapporten, doen onderzoek, komen met tegenvoorstellen en protesteren tegen de plannen van de gemeente.

 


Marianne (1959)
“Onze dochter heet Ilja” staat er in augustus 1977 op de muur van een kraakpand in de Laan in Schiedam geschreven. Marianne Verbeek is daar op haar 19e alleen gaan wonen, later trekt haar partner Albert (Bart) Jan Dijk bij haar in. Tegen de norm in slaagt Marianne erin om kinderopvang te vinden en kan zo blijven werken. Ze is fotograaf en geeft fotografieles. Daarnaast is ze actief in de vrouwenbeweging.

Tijdens de vrouwendemonstratie in 1981 staat Marianne met haar camera vooraan, wanneer de Mobiele Eenheid een vrouw tegen de grond slaat. Hier vertelt ze hoeveel indruk die gebeurtenis maakte.

 

Marianne in haar woonkamer, 1977. Collectie Marianne Verbeek


Iclal (1954)
Op haar achttiende doet Iclal Turanoğlu het enige examen dat ze ooit zal doen: rijexamen. Het is 1972 en ze woont net drie jaar in Schiedam. Haar vader is in 1964 uit Urfa in Zuid Turkije naar Schiedam gekomen om voor de glasfabriek te werken. Iclal is waarschijnlijk de eerste Turkse vrouw die in Nederland haar rijbewijs haalt. Ze is dol op auto’s en motoren. Iclal is nooit naar school geweest, maar heeft twee weken na aankomst in Schiedam al een baan.

Ze is dan vijftien. Haar vader stopt met werken nu zij en haar moeder het geld verdienen. Ze werkt het langst bij de Schiedamse pindakaasfabriek IMKO en distilleerderij De Kuyper. Haar Nederlandse collega’s bij IMKO leren haar lezen. Tien minuten per dag oefenen ze samen, tijdens de lunchpauze. Zodra ze zelf de taal beheerst, helpt ze andere Turkse Schiedammers met het lezen van brieven en gaat ze mee naar belangrijke afspraken.

Niet lang nadat haar vader onverwacht is overleden, belandt een foto van Iclal in haar geboortestad Urfa. Op de foto houdt ze een saz vast, een Turks snaarinstrument. De muzikant Ahmet Surmeli ziet haar foto en is op slag verliefd. Hij reist direct per bus naar het verre Schiedam om Iclal te ontmoeten en mee naar huis te nemen. Iclal wil best met hem trouwen, maar Schiedam wil ze nooit meer verlaten. Ze regelt een baan voor haar man en het echtpaar besluit in Schiedam te blijven. Dankzij hulp van buren en familie kan ze ook na de geboorte van haar kinderen blijven werken, tot dit door ziekte niet meer gaat. Haar kinderen geeft ze de Turkse en de Nederlandse taal en cultuur mee.


Maak kennis met Bibi.*

Maak kennis met Bibi.
En scroll naar beneden voor de vrouwen van nu.

Bibi: “Mijn missie is: echt iedereen bij elkaar brengen. En mensen die het niet zo goed hebben iets aanbieden wat ze nodig hebben.”

 

Na Bibi hoor je ook Kim en Jessie.

Als we denken aan vrouwen en strijd, is de strijd voor gelijke rechten misschien het bekendst. Vrouwen streden echter ook voor andere gemarginaliseerde groepen in de samenleving.

In 1340 beschrijft de Nederlandse schrijver Melis Stoke hoe Schiedamse vrouwen vooroplopen om een aanval van de Vlamingen op de stad af te slaan: “ende deden lopen die mannen mede.” Tijdens beide wereldoorlogen organiseren Schiedamse vrouwen hongeroptochten en eisen eten voor hun gezin. Nu nog steeds is het vaak de moeder in het gezin, die bij armoede als eerste hulp zoekt.

Als de overheid eind negentiende eeuw en in het midden van de twintigste eeuw via wetten en propaganda de bewegingsvrijheid van vrouwen aan banden probeert te leggen, reageren vrouwen opnieuw met een felle strijd voor gelijke rechten in onderwijs, werk, politiek. Dat verzet wordt ook wel de eerste en tweede feministische golf genoemd.


Vrouwen van Schiedam, nu

Met de tentoonstelling vierde Stedelijk Museum Schiedam niet alleen de onmisbare rol van vrouwen uit de geschiedenis van de stad. Ook vrouwen van nu werden in de spotlight gezet. Het museum nodigde tien vrouwen uit om met elkaar een tweede deel van de tentoonstelling vorm te geven. Hieronder leer je hen kennen: Annerike van de Water, Aida Kasaei, Manuela Jongeneel, Zeliha Cimtay, Georgette Plomp, Kim Zwart, Jessie Pley, Bibi Chandoe, Janine van de Linde en Souad Achour.

De Schiedamse vrouwen in gesprek met illustrator Xaviera Altena.

Vier rollen
In een serie bijeenkomsten gingen de vrouwen en het museum met elkaar in gesprek. Welke rollen hebben vrouwen vandaag de dag in Schiedam? Vier rollen kwamen steeds terug: vrouwen thuis, vrouwen op werk, vrouwen in de maatschappij en vrouwen voor zichzelf. Illustrator Xaviera Altena tekende niet alleen de tien individuele portretten van de vrouwen en een gigantisch groepsportret, ze visualiseerde ook deze vier rollen van vrouwen van nu.


Vrouwen thuis
Thuis, dat is rust zoeken, vinden en geven. Tegelijkertijd zijn daar de huishoudelijk taken en het klaarstaan voor partner en/of gezin. Souad Achour zegt daarover:  “Het is nog vaak zo dat van vrouwen verwacht wordt thuis meer te doen.” Maar, vindt Janine van de Linde: ‘Wij vrouwen moeten ook het vertrouwen en de moed ontwikkelen om controle los te laten en hulp te vragen.’

Verbeelding van de rol van de vrouw thuis, illustratie Xaviera Altena



Vrouwen aan het werk
‘Ik moet eigenlijk altijd voor het kaartje zorgen als we dat naar een collega willen sturen.’ realiseert Georgette Plomp zich in een groepsgesprek voor deze tentoonstelling. Ze is de enige vrouw die als vrijwilliger bij de brandweer van Schiedam en Vlaardingen werkt. De masculiene werkomgeving weerhoudt haar niet. Vol enthousiasme laat ze jonge vrouwen zien dat ook zij bij de brandweer kunnen werken via Instagram @brandweervrouw_sjors
Ook Janine van de Linde krijgt met regelmaat verbaasde reacties als ze vertelt dat zíj de voetbaltrainer is. En dat ze niet alleen kookt in restaurant De Lange Haven, maar ook eigenaar is. 

 

Verbeelding van de rol van de vrouw in haar werk, illustratie Xaviera Altena



Vrouwen in de maatschappij
Waar Bibi Chandoe de Kledingbank en buurthuiskamer ‘t Fransje opende in Groenoord, strijdt Souad Achour met Stichting Inclusia voor gelijkwaardigheid. En terwijl Manuela Jongeneel ‘Mama Mani’ is voor jongeren in Oost, maken Kim Zwart en Annerike van de Water zich hard voor een groene, bloeiende samenleving. Deze vrouwen voelen zich verantwoordelijk voor een betere maatschappij. “Vrouwen zijn het centrum van de maatschappij. We staan er middenin. We dragen de wereld!”, aldus Aida Kasaei.

Verbeelding van de rol van de vrouw in de maatschappij, illustratie Xaviera Altena


Benieuwd naar het verhaal van Jessie? *

Benieuwd naar het verhaal van Jessie?
Draai dan het kaartje om.

Jessie zegt: “Ik moest een collega zijn, maar ik moest ook een partner zijn, ik moest een moeder zijn, ik moest een vriendin zijn, maar ik moest ook de sterke ondernemer zijn die daar is om een ander te helpen. Even een masker op je hoofd – en door.”



Vrouwen voor zichzelf
Een rol thuis, op werk en in de maatschappij. Als vrouw kun je te maken krijgen met (gender)verwachtingen van anderen. Een gevolg kan zijn dat een vrouw wil bewijzen dat zij het net zo goed kan doen als een man, of beter en overal 200% voor gaat. Behalve voor zichzelf. Het voldoen aan allerlei verwachtingen heeft ook Kim Zwart een flinke klap gegeven. “Ik ben hoogsensitief en mijn leven lang heb ik geprobeerd te voldoen aan de verwachtingen van anderen. Sinds ik zelf bepaal hoe ik mijn leven inricht, voel ik vrijheid en rust.” Janine van der Linden zegt: “Laat de vrouw egoïstisch zijn, zonder de ander te vergeten.”

Verbeelding van de rol van de vrouw voor zichzelf, illustratie Xaviera Altena

Luister in dit audiofragment naar Jessie, Georgette en Manuela.



Naaiateliers
Textiel is al eeuwenlang een manier voor vrouwen om zich te uiten en elkaar te ontmoeten. Vrouwen van Schiedam (en hun vrienden) maakten daarom tijdens zeven Open Naaiateliers wandkleden voor in de tentoonstelling, gebaseerd op de illustraties van Xaviera Altena. De naaiateliers werden begeleid door Aida Kasaei (Atelier Aida), één van de tien vrouwen die betrokken was bij de tentoonstelling. Meer dan 100 Schiedamse vrouwen ontmoetten elkaar in het atelier van het museum en werkten samen aan vier wandkleden.

Xaviera Altena en Aida Kasaei gaven de vrouwen van Schiedam met hun werk een gezicht. Iets wat in de geschiedenis niet altijd vanzelfsprekend is, omdat de verhalen over of voorwerpen van vrouwen vaak niet in archieven en collecties terecht zijn gekomen. Des te dankbaarder zijn we daarom, dat we hun prachtige illustraties en wandkleden aan onze museumcollectie kunnen toevoegen. Zo krijgen de vrouwen ook ‘letterlijk’ een gezicht in onze collectie, nu én in de toekomst.

Met dank aan
De tentoonstelling Vrouwen van Schiedam is mede mogelijk gemaakt dankzij een bijdrage van Schiedam viert 750 en de J.E. Jurriaanse Stichting. Ook is de tentoonstelling onderdeel van de maatschappelijke programmalijn Mijn Schiedam die gefinancierd wordt door het VSB Fonds, VriendenLoterij Fonds, Fonds 21 en het Mondriaan Fonds.

De foto’s op deze pagina zijn gemaakt door: Aad Hoogendoorn, tenzij anders vermeld.