Lou Loeber

16 mei t/m 27 september 2026

Stedelijk Museum Schiedam presenteert voor het eerst sinds lange tijd een solotentoonstelling van Lou Loeber (1894–1983). Haar sprankelende, sociaal bewogen en toegankelijke werk maakt haar tot een unieke kunstenaar. Ze experimenteert met abstractie, maar voert deze nooit zo strikt door als haar tijdgenoten Piet Mondriaan en Theo van Doesburg, omdat ze haar werk altijd begrijpelijk wil houden voor een breed publiek. De tentoonstelling vormt ook het startschot van een programma over abstract werkende vrouwelijke kunstenaars uit de jaren zeventig, voor wie Loeber een belangrijke inspiratiebron is.

Lou Loeber, Slapenden, 1925. Zeefdruk, 65 x 65 cm. Drukker Rolf Henderson, 1974, collectie Stedelijk Museum Schiedam

Streven naar een universele beeldtaal
Het museum bezit de zeefdruk Slapenden (1975) van Loebers hand. Al vroeg weet Loeber dat ze kunstenaar wil worden. Ze groeit op in een vooruitstrevend gezin en krijgt alle ruimte om haar talent te ontwikkelen. Haar vader bouwt zelfs een atelier in de tuin waarin zijn dochter kan tekenen en schilderen. Na drie jaar verlaat ze in 1918 de Rijksacademie in Amsterdam, die ze te conservatief vindt. In de jaren twintig ontwikkelt ze een eigen stijl waarin abstractie en herkenbare voorstellingen samengaan. Ze kijkt goed naar het werk van Kandinsky en De Stijl, maar blijft trouw aan haar eigen visie. Heldere kleuren, geometrische vormen en zwarte contouren kenmerken haar werk, waarmee ze streeft naar een universele beeldtaal die iedereen kan begrijpen.

Lou Loeber ontwerpt bovendien een systeem om meerdere versies van een werk te maken, geïnspireerd door de Franse kunstenaar Albert Gleizes. Daarmee past ze het modernistische ideaal van massaproductie toe in de beeldende kunst. Door haar werk in verschillende media te vervaardigen, verlaagt ze de prijs en maakt ze kunst toegankelijk voor meer mensen. Samen met haar man, kunstenaar Dirk Koning, richt ze in 1932 een kunstuitleen op om hun werk betaalbaar te verhuren.

Lou Loeber, portret door onbekende fotograaf, oktober 1967, Collectie RKD, Pictoright.

Hoewel haar stijl herkenbaar is, streeft Loeber naar onpersoonlijkheid. Ze wil universele kunst maken, geen individuele expressie. Haar onderwerpen – interieurs, landschappen, stillevens en portretten – gebruikt ze om te experimenteren met kleur, vorm en compositie. Ze zoekt steeds naar harmonie tussen abstractie en figuratie, waarmee ze hoopt bij te dragen aan een mooiere, socialere wereld. Kunst moet volgens haar toegankelijk én verbindend zijn.

Kunst toegankelijk voor iedereen
Na de Tweede Wereldoorlog blijft Loeber vanuit haar socialistische idealen kunst maken, maar verliest ze de hoop dat een gelijkwaardiger, socialistische samenleving ook daadwerkelijk verwezenlijkt zal worden. Niettemin behoudt ze de overtuiging dat haar kunst begrijpelijk én toegankelijk moest zijn voor iedereen. Een ideaal dat naadloos aansluit bij de ambities van Stedelijk Museum Schiedam.

Lou Loeber, Fabrieken IV, 1933, Bruning Heintz Fine Art, Amsterdam

In 2024 herontdekt het Stedelijk Museum Schiedam haar werk opnieuw in de presentatie Abstracte kunst van vrouwen, toen en nu. Haar zeefdruk Slapenden is daarin te zien naast werk van andere vrouwelijke kunstenaars. Deze herwaardering vormt het vertrekpunt voor nieuw onderzoek en toekomstige tentoonstellingen rond abstract werkende vrouwen zoals Corrie de Boer, Christa van Santen, Karin Daan en Ria van Eyk.